Voetbalvakantie of vakantievoetbal

 Stuur naar je sportvrienden
Geschreven door Jan Houwing   
donderdag, 31 juli 2008 12:53

Eerlijk gezegd weet ik niet goed wat ik met deze aanhef aanmoet. Elk jaar neem ik me voor om tijdens mijn vakantie mijn meest geliefkoosde hobby voetbal volledig af te zweren. Ik ben elf maanden van het jaar intensief bezig om het voetbal op allerlei manieren te beleven. Kortom:  Voetbal is mijn  passie. Het is een niet weg te denken item in  mijn leven. Voetbal hoort erbij. Wat zou het leven saai zijn zonder voetbal.
Toch neem ik net als waarschijnlijk vele soortgenoten me elk jaar tijdens de vakantie voor om het voetbal, heel even althans, op een laag pitje te zetten. Sterker nog: 

Ik wil mijn stinkende best doen om het voetbal tijdens de vakantieperiode vergeten. Dat beloven ik en vele andere manlijke voetballiefhebbers waarschijnlijk ook elk jaar plechtig aan onze wederhelften. We gaan immers op vakantie en dan staat het huwelijksleven en de interesse van de partner toch voorop. We gaan immers vooral in deze periode intens genieten van elkanders samenzijn!  Van de ondergaande zon bijvoorbeeld moet elke avond intens genoten worden. De vliegtuigen en straaljagers krijgen in deze periode ruimschoots aandacht van mij en alle andere voetbalfanatici. We hebben immers toch vrijwel niets anders te doen dan zogenaamd geïnteresseerd in het luchtruim te staren.
Met die voorgenomen gedachte probeer ik de juiste instelling voor de vakantie te activeren. Voetbal is vanaf nu een vies woord. Ik moet genieten van het landschap, de cultuur van Frankrijk, het klimaat en uiteraard in sportief opzicht laten gelden. Dat betekent elke dag ferme duiken in het zachte water van de Middellandse Zee. Ik doe mijn best om het voetbal voor minstens een maand uit mijn hoofd te verbannen.
Het wordt echter net als elk jaar een lijdensweg. Voetbal is namelijk ook tijdens de vakantieperiode door omstandigheden niet uit mijn gedachten weg te slaan. Natuurlijk doe ik mijn best om voor mijn vrouw en  voor andere bekenden vooral interesse te tonen in hun ‘normale’bezigheden. Dat lukt elk jaar gedeeltelijk, maar ik betrap me erop dat ik steeds weer in de fout ga. Waarom? Omdat ik namelijk simpelweg voor altijd met het voetbalviris besmet ben.
Ik ga al een dag voor  mijn vakantie ‘in de fout´. Ik heb mezelf plechtig beloofd dat ik vanaf nu alleen voor de ´vakantie´ga kiezen. Ik ga nog even samen met mijn dochter boodschappen doen in supermarkt Jumbo in Groningen. En wie loop ik tegen het lijf? Het kan toch niet  waar zijn. Pal voor mij staat Ron Jans uit één van de schappen een pak koffiemelk ( Het kan ook best wat anders zijn) te plukken.. De trainer van FC Groningen en ik kennen elkaar al jaren. Dus volgt er een hartelijke begroeting. Ik doe mijn best en Jans ook om alleen over andere zaken dan voetbal te praten. Jans zegt dat hij eerder van vakantie is teruggekeerd omdat zijn zoon een herexamen had. De afloop was overigens goed, vertelt hij. Hij wenst mij ‘Bon vacances’ en daarna zijn we weer uit elkanders gezichtsveld verdwenen. Ik ben trots op mezelf. We (Jans en ik) hebben (gelukkig) met geen woord over voetbal gesproken. Hiep hiep hoera. Mijn voornemens om voetbal voorlopig uit mijn gedachte te bannen lijken te slagen. Helaas doet mijn dochter Rowenna meteen rond dat ze apetrots is om de trainer van de Noordelijke Trots weer eens een handje heeft mogen schudden. Een kleine tien jaar was dat ook al eens het geval. Ik was toen in Apeldoorn om een wedstrijdverslag van AGOVV-Achilles 1894 te maken. Mijn toen nog piepjonge dochter was voor de gezelligheid met me meegegaan naar Apeldoorn. Jans dacht destijds in eerste instantie dat ze een verslaggeefster was van de Apeldoornse Courant.
Het kan natuurlijk voorkomen, maar de ontmoeting met Ron Jans voorspelt me niet veel goeds om de gedachten van voetbal tijdens mijn vakantieperiode volledig uit te bannen. Desondanks begin ik de volgende dag samen met mijn vrouw vol goede moed aan de lange reis naar het zonnige zuiden. Tijdens de lange kilometers lukt het me aardig goed om me aan mijn voorgehouden beloftes te houden. Ik denk tijdens de reis nauwelijks aan voetbal. Toch betrap ik me erop dat ik tijdens stille momenten voorzichtig wegzweef naar de afgelopen maanden met volop voetbal. Mijn vrouw heeft uiteraard ook wel eens behoefte aan een moment stilte. De beelden van het afgelopen seizoen van zowel het prof- als het amateurvoetbal flitsen op die stille momenten onophoudelijk voor mijn ogen. Een terugkerend probleem dus. Zolang ik me echter gedeisd houd, zullen er ook geen represailles van mijn eega volgen.
Na een heerlijke overnachting in Chalon sur Saone arriveerden we op onze vakantiebestemming op camping Le Soleil in Argeles sur Mer. Ik bewonder meteen weer het fantastische uitzicht op de uitlopers van de Pyreneeën. Alles wordt op onze schaduwrijke plaats in orde gebracht. Na de installatie genieten we vervolgens met volle teugen van het Franse leven. Vive La France! Uitrusten, wijn en worst (ik heb een afkeer van kaas) staan voorlopig voorop. Het is genieten geblazen. Voetbal heb ik niet nodig. Ik heb (denk ik) voldoende aan de geneugten des levens. Hoe anders zal het gaan lopen.
De volgende dag arriveert er een Nederlands gezin. Schuin tegen over ons wordt de caravan neergezet. De twee jongens van een jaar of zeventien zetten hun tentje op. Even later trappen de knapen een balletje pal voor mijn neus. Dat moet kunnen. Zo kinderachtig ben ik toch ook niet. De jongste heeft een begenadigde techniek vind ik. Natuurlijk volgt er een praatje. Het zijn toch immers Nederlanders en ze staan ook nog eens schuin tegenover ons. De ’technicus’ zegt keeper te zijn van een jeugdelftal van Valkenswaard. Hij schijnt in de belangstelling te staan van PSV. Als der jongens horen dat wij uit het hoge Noorden van Nederland komen vragen ze geïnteresseerd naar FC Groningen. Ze gaan bijkans uit hun dak als ze horen dat ik twee dagen ervoor nog met Ron Jans heb gesproken.
Resumerend kan ik dan wel stellen dat het voetbal ondanks mijn goede voornemens mij toch niet helemaal voorbij is gegaan. Ik ben gelukkig geen uitzondering, want op de camping blijken meer Nederlandse huisvaders meer dan normaal geïnteresseerd te zijn. Ik koop net als al die andere Nederlanders dagelijks mijn krantje. Het is ook niet toevallig dat vooral de sportpagina’s extra aandacht trekken. De Tour de France wordt natuurlijk gelezen, maar een verrassende voetbaltransfer levert meer gesprekstof op tussen de Nederlandse vakantiegangers.
Na twee dagen arriveert een Zwitsers gezin op de camping. De man stevent meteen op mij af. Omdat ik uit Nederland kom. Hij feliciteert me uitbundig. Hij zegt vervolgens op een steenworp afstand van het stadion in Bern te wonen. Hij zegt ook vol enthousiasme verrukt te zijn over de geweldige discipline van de Nederlandse supporters. En hij heeft genoten van het Nederlandse Elftal in de groepsfase tegen Italië, Frankrijk en Roemenië. De Zwitserse man genaamd Robert Joder is in het dagelijkse leven advocaat in Bern. Voetbal interesseert hem niet bijster veel, maar sinds kort is helemaal lyrisch over Die Holländische Manschaft. ”Gar keine Probläme”, zegt hij. “ Die Holländer haben es für uns gemacht. Meine Tochter ging jeden Abend in der Stadt. Sie begegnete viele Holländische Buben. Sie lagen selbst für Sie auf die Knieën”.
Ik ben pas twee dagen op mijn vakantieadres. Ik blijf er uiteindelijk drie weken. Ik verzeker u dat ik niet alleen tijdens de eerste dagen met voetbal geconfronteerd ben. Op het strand vertoonden vele mensen hun voetbalkunsten. Het is een utopie om van voetbal tijdens de vakantie verschoond te blijven. Misschien is het alleen mogelijk op een onbewoond eiland als bijvoorbeeld Rottum.
Op de terugweg naar Nederland kan ik me aardig goed beheersen wat betreft het opkomende verlangen naar het voetbal. Totdat we voor onze tussenstop in ons hotel in het pittoreske dorpje Schweich in de nabijheid van Trier arriveren. Mijn vrouw Nel en ik hebben ons net ingeboekt en gaan na onze eerste inspectie van de hotelkamer naar beneden. In de gang van het hotel arriveert een gezelschap. Voorop loopt een corpulente man met een opvallend shirt. Ik ontwaar de reclametekst ABN-Amro. Ik houd vervolgens  beleefd de deur voor het gezelschap open en zie terloops met levensgrote letters de naam Ajax op de rug van de dikzak staan. “Danke”spreekt de man om er vervolgens in vloeiend Jordaans “Kolere wat een rotweer in dit pokke Duitsland” uit te kramen.
Een dag later ben ik terug. Ik lees in de kranten van de afgelopen weken hoe de diverse voor mij favoriete clubs het er afgebracht hebben in hun vriendschappelijke duels. ´s Nachts word ik badend in het zweet wakker. Ik droom dat het nationale elftal van Duitland een lesje geeft aan Ajax. In het doel staat de dikzak uit Schweich. Hij laat de ene na de andere bal schaterend van het lachen door zijn benen glippen.

 

 

Reacties (1)


1 zondag, 10 augustus 2008 13:50
???
papa wat een leuke column!!! erg leuk beschreven..ik beleef het gewoon weer opnieuw

dikke kus
© copyright 2008 - Martini Media
Copyright Protected Pictures Provided By Orange-Pictures